+32 (0) 485/634.592
English

A few weeks ago Sol y Cafe showed me that the Peruvian government is handing out scholarships for research projects. Our project seemed to fit the description, so I started to see if this would be possible for us. After a Skype with Belgium, we decided to go for it, as this money would ensure the continuation of the project, and it would give it some more momentum. With the money, it becomes possible to contract a full-time on-site engineer, who can continue the development of the device. In addition, it gives us more options to work with the university. After our last conversation the Universidad Nacional de Jaén looked really excited. They want to cooperate and want to put 1 or 2 thesis students on the project. This gives us extra people on location, which can only be good. Full terms and conditions are not clear yet, but I hope to get the final approval of their rector this week. Because of this project I didn’t work with the devices this week. But the scholarship is more important, Robbert can continue improving the devices after me, as can the people we contract here.

Because I kept working last weekend, I could leave on Thursday to Trujillo to visit Chan Chan and the Huacas del Sol y de la Luna of the Moche civilization. Chan Chan is the largest mud city in the world, but unfortunately there is not much left of it. It is on the UNESCO list of endangered monuments, and what can be seen now is almost entirely reconstructed. The Huacas were also very impressive. These temples, buried for 2,000 years, were only recently opened again. The paint on the walls is still visible, as well as the remains of graves. Just outside Trujillo you can find Huanchaco, a surfer’s paradise. It is also called Gringoland, because of the number of tourists. The swell was not big, so I headed out with a longboard to enjoy the 3 feet waves. Some tourists from the hostel came with me, and I’ve given them a little surfing lesson because the waves were good for beginners.

Then on the bus to Cajamarca, the last city on my ToDo-list. This is the capital of the district of Cajamarca, in which you can also find Jaén. It is a beautiful town, much nicer than Jaén with a rich history. The last Inca, Atahualpa, was captured here by the Spaniards, and there are several museums where everything is explained. The first day we visited the museums, churches, viewpoints and the city itself, and then we went to Cumbemayo on Sunday, beautiful rock formations 20km outside of Cajamarca. In the afternoon we went to visit the Ventanillas de Otuzco, an old cemetery with small booths. From there we walked an hour to the Baños del Inca, the hot spring where the Incas bathed in the past.

For the way back we went over Chachapoyas because it was recommended on several blogs. It used to be a very dangerous road, Abra Barro Negro or black mud passage. You drive on a narrow path, with a cliff of more than 1km next to you. Every time there is an oncoming vehicle the cars spend half an hour trying to get past each other while everyone in the bus is scared to death. Fortunately, the road has been paved now, but for the rest there are no changes, the road is still one vehicle wide, and the views of the Andes are still incredible.

Nederlands

Sol y Café heeft mij enkele weken geleden laten weten dat de Peruviaanse overheid beurzen uitdeelt voor onderzoeksprojecten. Ons project leek voor hun gepast, en ik ben dan ook begonnen met het bekijken of dit voor ons mogelijk is. Na overleg met België hebben we besloten om hierop in te zetten, aangezien deze beurs de verderzetting van het project verzekerd, en het in een stroomversnelling plaatst. Met het geld wordt het mogelijk om een full time ingenieur aan te nemen ter plaatse, die het toestel verder kan ontwikkelen. Bovendien geeft dit ons ook meer opties om samen te werken met de universiteit. Na ons laatste gesprek zijn ze zeer enthousiast op de Universidad Nacional de Jaén. Ze willen samenwerken en 1 of 2 thesisstudenten laten meewerken aan het project. Dit geeft ons nog extra mensen ter plaatse, wat het project enkel ten goede kan komen. De volledige voorwaarden zijn nog niet duidelijk, maar ik hoop deze week een finale goedkeuring te krijgen van hun rector. Door al dit werk heb ik geen tijd gehad om verder te werken met de meters. Maar de beurs is natuurlijk veel belangrijker, Robbert kan nadien nog verder werken aan de meters, evenals de extra mensen hier.

Omdat ik vorig weekend heb doorgewerkt ben ik dit weekend al op donderdag vertrokken naar Trujillo, om er Chan Chan en de Huacas del Sol y de la Luna van de Moche civilisatie te bezoeken. Chan Chan is de grootste modderstad ter wereld, maar helaas blijft er niet veel meer van over. Het staat op de UNESCO lijst met bedreigde monumenten, en wat men nu kan zien is bijna volledig een reconstructie. De Huacas waren ook zeer impressionant. Dit zijn tempels, die al 2000 jaar begraven lagen en pas recent terug open zijn gebroken. De verf op de muren is er nog te zien, evenals de overblijfselen van graven. Net buiten Trujillo kan je dan Huanchaco vinden, een surfers paradijs. Het wordt ook Gringoland genoemd, omdat er ongelooflijk veel toeristen zijn. De swell zat niet mee en ik heb mij dus met een longboard geamuseerd op de golfjes van 1m. Enkele toeristen uit het hostel waren mee, en ik heb ze dan een beetje surfles gegeven omdat de golven hiervoor wel goed waren.

Nadien naar Cajamarca, de laatste stad op mijn ToDo-lijstje. Dit is de hoofdstad van het district Cajamarca, waar Jaén ook in ligt. Het is een prachtige stad, veel mooier dan Jaén met een rijke geschiedenis. De laatste Inca, Atahualpa, werd hier gevangengenomen door de Spanjaarden, en er zijn verschillende musea waar dit alles wordt uitgelegd. De eerste dag hebben we de musea, kerken, uitzichtpunten en de stad zelf bezocht, waarna we op zondag naar Cumbemayo zijn gegaan, prachtige rotsformaties op 20km van Cajamarca. In de middag zijn we dan de Ventanillas de Otuzco gaan bezoeken, een oude begraafplaats met kleine hokjes. Van daar konden we dan op een uur wandelen naar de Baños del Inca, de warmwaterbron waar de Incas vroegen kwamen baden.

Voor de terugweg zijn we via Chachapoyas gegaan, omdat dit werd aangeraden op verschillende blogs. Dit was vroeger een zeer gevaarlijke weg, de Abra Barro Negro, of zwarte modder weg. Je rijdt er op een smal pad, met een klif van meer dan 1km naast je. Elke keer dat er een tegenligger komt is het een halfuur proberen om langs elkaar te geraken, terwijl iedereen in de bus zijn hart vasthoudt. Gelukkig is de weg nu aangelegd, maar voor de rest is er nog niets verandert, de weg is nog altijd 1 auto breed, en de uitzichten over de Andes zijn nog altijd ongelooflijk.