Zondag, rustdag. Dat hebben Oegandezen goed begrepen. Op onze eerste zondag zaten we meteen opgescheept met een verjaardagsvarken: reden te meer voor een gezellig uitje. Celiens eenentwintigjarig bestaan is bij deze gebrandmerkt door een uitstap naar Jinja, een stad zo’n 65 km hiervandaan. Het is gelegen aan het Victoriameer, vlak naast de bron van de Nijl. De rivier zorgt door de aangelegde stuwdam een eindje verder voor het grootste deel van de energievoorziening voor het hele land. Na de ontdekking dat Indiërs graag naar Oeganda verhuizen, konden we niet anders dan op Helena’s aanraden ‘ne keer goed hun voedsel onder de loep te nemen. Tussen ons: onze darmen hebben het gevoeld.

Raften op de Nijl in Jinja is een vaak aangeraden tijdverdrijf, maar voorbereid als we zijn, was er die dag geen plekje meer vrij voor ons. In plaats daarvan kwamen we in contact met Emmanuel: een inwoner van het plaatselijke vissersdorpje, die jaren geleden startte als bootgids op het Victoriameer. Na het verkennen van de stad, klommen we aan boord en voeren we het meer op. Helaas: ook Oegandese motoren begeven het af en toe. Gered door een voorbijvarende collega, kon vervolgens onze bootuitstap van start gaan. Emmanuel bleek een kalme en vriendelijke man, die ons doorheen de visserijen en bomen bedolven door vogelstront gidste. Aalscholvers blijken groepsdieren te zijn en hun behoeftes bundelen om bomen wit te toveren, lijkt een goed beoefende bezigheid. Vreemder was echter ons aanmeren op Kikondo Island.

Als er arm en arm is, hebben we het hier in de laatste betekenis mogen aanschouwen. Door het isolement, is de bevolking er sterk op zichzelf aangewezen. De schaarse en bijgevolg bijna onbetaalbare medische hulp die er voorhanden is, zorgde in 2009 voor een opdoffer waarbij bijna alle inwoners enorm ziek waren. Kinderen die zich vastklampen en meewandelen, alle blikken op ons gericht: het voelde een beetje alsof we ramptoeristen waren.

Het dorpje was ook een directe confrontatie met de afvalproblematiek, waarvoor we per slot van rekening hier zijn. Plastic dat zich als aardlaag wil profileren en smeulende afvalhopen her en der blijken de realiteit. Onze praatjes zijn een pak stiller na vertrek met de boot.

Veel tijd om de situatie te verwerken is er niet. Een beetje later meren we aan bij een mooi onderhouden grasveldje. Welkom op een luxe resort. De shock kan haast niet groter zijn en het voelt onwennig om, na al wat we net zagen, tussen de gestructureerd aangelegde tuin en het zwembad te wandelen.

Next up is een stop bij de woelige bron van de Nijl (nee, het zou niet geestig zijn moest onze motor het hier begeven hebben). Na de nodige must see hier als typische toerist, keren we terug om onze toer te beëindigen. Het verschil tussen arm en rijk wordt hier weer maar eens bevestigd: een muur én prikkeldraad moeten de rijkere inwoners beschermen tegen het plebs van het vissersdorpje. Wat denken wij mensen soms toch.