Sula bulungi

Vooraleer aan 100 km/u in het werk te vliegen, konden we de eerste dagen gebruiken om de Oegandese cultuur wat te leren kennen.

Transport hier is gemakkelijk, héél gemakkelijk. Je moet al veel moeite doen om niet aangesproken te worden. Op elke straathoek staan enkele brommertjes, beter bekend als Boda Boda’s, klaar om je voor zo’n 25 cent enkele kilometers verder te droppen. Eens op de grotere banen, passeert er elke paar minuten een taxi met een uitstekend hoofd dat wil checken of je in zijn sardienenblik wil kruipen. Zeg vaarwel tegen de zitplaatsverdeling op de bussen van De Lijn: hier is het om ter dichtst. Terwijl we tegen elkaar aankruipen om passagier nummer twintig in te laden, verduidelijkt de vrouw naast ons lachend: “This is Uganda”.

Enkele woordjes Luganda spreken, blijkt hier de sleutel om een starende blik om te toveren tot een vriendelijke goeiedag. Ook al zou je de taal niet willen leren, er is geen ontkomen aan. Overal waar je komt, hoor je ‘Muzungu muzungu muzungu’. Het Lugandese woord voor blanke personen weergalmt overal waar we komen. Op de markt van Mukono klinkt hetzelfde liedje, het wordt haast een competitie om de muzungu aan je kraam te krijgen. Vervolgens zijn de uitbaters helaas niet bang om hun prijzen voor ons te verdriedubbelen, waarna een betrapt lachje volgt als we afdingen tot de correcte prijs.

Overal in de straten kom je streetfood kraampjes tegen. Over de hygiënische omstandigheden zullen we niet te ver uitwijken, maar de voedselinspectie zou zich hier wel kunnen amuseren. Er doemt stilaan een verslaving aan Rolex op, bestaande uit een vers gebakken omelet met groentjes, gerold in een vettig tortilla-achtig stuk brood of Chapati. And you know: a Rolex on the go, provides a good toilet flow.

 

Maar bon, naast onze verkennende tripjes zaten we natuurlijk niet stil hier op de farm. We hebben jullie al verklapt wie we zijn, maar wat we hier komen doen in het verre Oeganda is misschien nog niet helemaal uitgeklaard. Een beknopte vlucht doorheen enkele feiten:

Een periode van economische regressie tussen 1971 en 1986, positioneerde Oeganda als één van ‘s werelds armste landen. Om de onstabiele economie weer leven in te blazen, voorzag de overheid steun. De focus van de wijzigingen lag hierbij op het beperken van de effecten die inflatie met zich meebrengt, terwijl productie en export gestimuleerd werden.

De economische groei die hieruit voortvloeide, zorgde voor meer welvaart bij de bevolking en een verhoogde consumptie. De import van Westerse producten zoals frisdranken bracht afval met zich mee waar ze eerder niet mee geconfronteerd werden. Plastic zakjes, PET flessen, blikjes en hier en daar elektronische toestellen werden deel van hun dagelijks leven.

Tegelijkertijd hechtte de overheid amper aandacht aan het uitwerken van een afvalbeleid en het kennisgebrek leidde tot onbedachtzaam gedrag. Het afval belandt op straat, wordt verbrand of (in een beter geval) naar afgelegen stortplaatsen gebracht. Bovendien is de situatie een bron voor illegale praktijken, waarbij enkele bedrijfjes tegen betaling het afval ophalen bij klanten, om het vervolgens enkele straten verder te dumpen.

De toenemende commercialisatie en industrialisatie en het bijhorende afval zal deze tendens enkel versterken.

Deze omgang met afval brengt heel wat gevaren voor gezondheid en omgeving met zich mee. Bij de verbranden van plastic en metaal worden veel toxische gassen de lucht in gestuurd. Het storten van afval daarnaast, zorgt voor een aanzienlijke vrijgave van methaangas. Dit broeikasgas heeft een effect op de klimaatopwarming dat zo’n 21 keer groter is dan dat van CO2. Ook de bodemvervuiling die hiermee gepaard gaat en die dus ook het drinkwater contamineert, is nefast voor een gezonde omgeving.
Doordat er niet gesorteerd wordt, gaat bovendien heel wat waardevol materiaal zomaar verloren Vele PET flessen en andere grote stukken afval worden door zogenaamde waste pickers nog uit de storthoop geplukt. Het vergt geen uitgebreide uiteenzetting om in te zien dat zulke werkomstandigheden ronduit slecht zijn voor de gezondheid.

 

Maar hoe passen wij concreet in dit plaatje, als Waste Masters 2?

Het verduurzamen van afvalbeheer is een proces van lange adem. Onze lokale partner Chrispin ziet echter het belang en potentieel en wil daarom zijn bedrijf Waste Masters Limited stap voor stap verbeteren. Zijn bedrijf kan vervolgens als voorbeeld dienen om te tonen dat het ook anders kan en op die manier andere geïnteresseerden aansporen om gelijkaardige initiatieven te nemen.

Aangezien het afval voor zo’n 70/80% uit organisch materiaal bestaat, ligt de eerste focus op het composteren van deze fractie. Het is een vrij eenvoudig proces en het resultaat kan vervolgens gebruikt worden als bodemverbeteraar. De voedingsstoffen die bij de groei van de planten onttrokken werden uit de bodem, worden zo teruggestuurd zodat deze cyclus gesloten wordt. Bovendien creëert het werkgelegenheid en kan de bekomen compost verkocht worden aan boeren of andere geïnteresseerden.

Waste Masters 1 liet voor ons een mooie basis achter. Ze legden contacten, verkenden de mogelijkheden en introduceerden het sorteren bij een mooi aantal huishoudens. Ook experimenteerden Gil en Isabel al met enkele hopen compost, die nu nog meer van het potentieel van het project aantonen.

Hun eerste hoop organisch materiaal was bij onze aankomst omgezet tot mature compost. Om grove stukken onverteerd materiaal af te zonderen, stelden we een eerste zeef samen uit kippendraad en takken die we rondom ons vonden. Een eerste zeving gebeurt met openingen van 1 cm op 1 cm, waarna de compost kan dienen als bodemverbeteraar voor allerlei toepassingen. Voor gebruik op kleinere schaal, bijvoorbeeld in bloempotten, kan nadien nog een fijnere zeving toegepast worden. Timothy, werknemer en behulpzame composteerder, heeft de eerste compost meteen enthousiast voor het planten van zijn groentjes gebruikt. Met de hulp van onze vriend Roberto die hier op de farm werkt, timmerden we later een stevigere versie in elkaar. Ergonomie: check. Gebruiksgemak: check. Halve kilo spijkers voor 75 cent: double check.

Dagelijks meten we de temperatuur in elke hoop en bekijken we hoe vochtig en compact ze zijn. Op basis hiervan beslissen we dan of ze best gekeerd worden tot een nieuwe hoop (wat trouwens niet van de poes is!). Al deze info wordt dan nauwlettend bijgehouden, zodat het proces goed te volgen is.

Vervolgens voerden we al meteen twee testen uit op de compost. Door een deeltje gedurende drie dagen te bewaren in een thermos, komen we te weten of het proces daadwerkelijk in zijn eindfase is. Indien er nog afbreekbaar materiaal aanwezig in de compost, zal namelijk de temperatuur nog stijgen door de activiteit van micro-organismen. (Tipje van de sluier: test één is geslaagd.) Als tweede test plantten we tweemaal 50 tuinkerszaadjes in zand, waarbij één van beide potjes aangerijkt is met compost. Over een week tellen we hoeveel zaadjes tot kiemen gekomen zijn, als indicatie voor de bodemverbetercapaciteit van onze compost. Deze test komt bovendien van pas om boeren, beleidsmakers en andere geïnteresseerden te laten zien wat het effect is van ons bekomen product. Volgende week zijn we namelijk uitgenodigd op een landbouwevent om daar potentiële toekomstige klanten aan te trekken, maar later zeker meer daarover.

We zien veel, we doen veel en we willen niets liever dan dit hele verhaal delen met iedereen rondom. De afvalproblematiek is complex, maar daarom juist oh zo nodig om aan te kaarten. Je zal op deze blog dus naast ervaringen ook onze indrukken zien verschijnen van situaties die onze weg passeren. We zouden jullie bovendien al onze (niet altijd even relevante) weetjes niet willen besparen. SPREAD THE KNOWLEDGE. Oli mumatila.

Wist je dat…
…minder dan 1% van het huishoudelijk afval in België op de stortplaats belandt?
…kolibri’s niet in Afrika leven?
…de plantaardige variant van Viagra in onze voortuin groeit?
…we allemaal ons haar al eens gewassen hebben? (één keer telt ook, weliswaar)