+32 (0) 485/634.592

In geen van onze lijvige blogberichten hebben we iets verteld over hoe het Peruviaanse leven (en bij uitbreiding, ons Peruviaanse leven) er in Huánuco en omgeving aan toe ging.
Tijdens de 8 weken dat we het project uitvoerden leefden we van maandag tot vrijdag in Tres Manantiales, een dorpje op zo’n 2-tal uur rijden van de stad Huánuco. Het leven op de ‘campo’ of het Peruviaanse platteland in de ‘sierra’ of het gebergte ging er helemaal anders aan toe dan in Huánuco waar we in het weekend verbleven. Lees zeker verder als je meer wil weten over welke onveilige vervoersmiddelen we genomen hebben of welke diersoort (tipje van de sluier: in België een schattig huisdier) enkele keren op ons bord is beland!

Iedere maandagochtend voor dag en dauw tuften 3 gringos -sterk op elkaar gepropt met een hoop bagage en eten voor een hele week- naar de halte waar alle colectivos vanuit Huánuco richting Yacus reden. Colectivos zijn een soort van semi-illegale taxi’s die telkens een vast traject afleggen. Een colectivo vertrekt pas als hij helemaal vol is, dat wil zeggen een chauffeur met 2 passagiers die de voorste zetel delen en één ervan dus half op de versnellingspook zit en 4 op de achterbank. 95% van de colectivos zijn meer dan 30 jaar oud, hebben gebroken ramen, deuren en loshangende onderdelen; kortom ze vallen zo goed als uit elkaar. Dit geweldig comfortabele transportmiddel racete ons iedere maandag en vrijdag 2 uur lang over een aardeweg vol putten aan de rand van een ravijn. Racen is niet overdreven, colectivos rijden voor gek, en op ieder moment lijkt het alsof ze uit de bocht kunnen gaan. Om de kilometer stond er wel een kruis van een overledene langs de kant van de weg, dus waar wij iedere keer voor vreesden gebeurt dus effectief! Om onze familieleden niet ongerust te maken, schrijven we dit nu pas. Want kijk, we hebben het allemaal overleefd!

Nog een opmerkelijk feit dat we jullie zeker niet willen onthouden zijn de Peruviaanse verkiezingen. Op 7 oktober trekken alle Peruvianen naar de stembus voor de regionale en lokale verkiezingen. Al sinds het begin van ons verblijf in Perú gaan de campagnes er hard aan toe. Heel veel huizen zijn compleet beschilderd met slogans. Overal hangen affiches op en staan grote borden langs de kant van de weg. Iedere vrije muur wordt gretig in gebruik genomen en beschilderd door de aanhangers van de kandidaten. Donderdag 23 augustus kwam er zelfs een kandidaat campagne voeren in Yacus, het dorp waar wij verbleven. De man flaneerde door de straten alsof hij een heilige was en ging zijn kans zeker niet uit de weg om gringo Bruno een hand te geven. Zijn achterban scandeerde slogans en de parade trok luidruchtig door het hele dorp. Op het dorpsplein was het dan tijd voor deel 2 van dit grote circus. Er werden afwisselend korte inhoudsloze speeches gegeven en gadgets aan de mensen uitgedeeld. We probeerden ons incognito te mengen tussen de bevolking, maar vielen door onze huidskleur (of waren het Bruno zijn grootte en blote voeten en flip flops?) toch heel hard op. Als gadgets ontvingen we lucifers, een sleutelhanger, snoepjes, cocablaadjes, een alcoholisch drankje om ons warm te houden en sigaretten. En dat terwijl een van de belangrijkste campagnepunten van deze kandidaat het verbeteren van de gezondheid van de Peruvianen is… Een heel vreemde ervaring later verlieten we na een dik uur dit rare toneel met goed gevulde zakken.

Ook al raakt het gemiddelde Humasolteam enkele kilo’s kwijt tijdens hun project, de Peruviaanse keuken besliste daar in ons geval wat anders over. Perú heeft immers een rijke keuken met enkele heerlijke specialiteiten. Iedere maaltijd bestaat voor de helft uit rijst, aangevuld met aardappelen, vlees en sporadisch wat groenten. Een overdaad aan zetmeel, maar wel ideaal voor het harde werk dat moest gebeuren. Enkele typische gerechten zijn ‘Lomo Saltado’ of een soort stoofpot van rundsvlees met ui en tomaat, ‘Arroz a la Cubana’ of rijst met gefrituurde bakbananen en ei, ‘Ceviche’ of rauwe vis met veel limoen, ‘Picarones’ of een variant op oliebollen als dessert. Veel van dit lekkers aten we als lunch in een lokaal restaurant. Voor 5 Peruviaanse sol – het equivalent van zo’n €1.5 – krijg je soep, een hoofdgerecht naar keuze én zelfs een drankje. Heel lekker, maar na zo’n 2 maand hadden we toch wel genoeg van alle rijst. Bij speciale gelegenheden genieten de Peruvianen van een heerlijke Cuy Frito of Picante de Cuy, 2 bereidingswijzen van een super schattig diertje: de cavia! Iedere familie in de bergen kweekt cavia’s om dan te verkopen in de stad. Het zien van die kleine schattige pootjes op ons bord brak ons hart wel een beetje, maar het moet gezegd worden: het is echt een lekkernij!

In ons dorpje genoten we ook enkele malen per week van heerlijk vers gebakken brood, een welgekomen afwisseling op de kilo’s rijst die ons voorgeschoteld werden. Bakkersvrouw a.k.a. Daria en haar mama maken meermaals per week 2 soorten heerlijke broodjes in een houtoven. Een werk dat samen met het opwarmen van de oven, het maken van het deeg en het met de hand vormen van de broodjes toch al snel een hele dag in beslag neemt; maar met fantastisch lekker brood als resultaat!

Ons leven op het Peruviaanse platteland ging er dus helemaal anders aan toe dan ons luxueuze Belgische leven. In onze gehuurde ‘cuartos’ of kamers genoten we van een sterrenhemel vanuit ons bed. Het dak is immers amper afgesloten en grote gaten worden opgevuld met cementzakken om de wind toch een beetje tegen te houden. Douchen en afwassen gebeurt met ijskoud water, toch lastig als het buiten ’s nachts met gemak onder de 0°C gaat. Enige verwarming in de huizen is onbestaande, gelukkig zijn er dikke alpaca dekens om ons warm te houden. De Peruviaanse vrouwen dragen dan weer meerdere lagen kleurrijke rokken en een prachtige hoed versierd met plastic bloemen. De lokale bevolking leeft met zo weinig, maar is toch steeds oprecht vriendelijk en gelukkig met wat ze maar hebben. Daar kunnen we als individualistische Belgen zó veel van leren. De bevolking van Tres Manantiales heeft ons helemaal in hun harten gesloten. Het afscheid uit ons dorpje was bijzonder hard en ging gepaard met intense knuffels en wat tranen, maar was zo mooi dat we er graag meer over vertellen in een apart blogbericht.

¡Hasta luego!
Bruno, Laure y Jasmine