+32 (0) 485/634.592

Donderdag 23 augustus 2018. De dag waarop er voor het eerst water stroomt uit de kraantjes in Akim Adjobue. De afgelopen twee weken waren ongelooflijk hectisch, maar gaven nog ongelooflijk veel meer voldoening. Een uitgebreid overzicht geven van alles wat we gedaan hebben, zou te langdradig zijn. Daarom dit foto-overzicht:

Voor zij die nog niet goed op de hoogte zijn: het hoofddoel van ons project is de installatie van een pomp, aangedreven op zonnepanelen. 


 


 


 

 


Dan moesten we even wat gas terugnemen. Het debiet dat uit de pomp kwam, was teleurstellend klein, zelfs bij intense zonneschijn. Enkele vooraanstaanden van het dorp hadden dit opgemerkt, en hier en daar klonk al gemor. De enige logische verklaring was dat de pomp van Adjobue en de pomp van Kotokuom, ons andere projectdorp, omgewisseld waren geraakt. In Kotokuom hebben ze twee pompen, waardoor die elk een kleiner debiet mogen leveren. We wouden op 17 augustus  beide installaties afhebben. In Kotokuom was er echter nog niks gebeurd, in Adjobue moest de pomp verwisseld worden en daar kwam nog eens bij dat Jeffery en Alex, de pomp-experts opeens naar Accra moesten.

Niet uit ons lood geslagen trokken we op woensdag naar Kotokuom, om de metalen palen in de betonnen fundering te plaatsen, en de pomp van daar mee te nemen naar Adjobue. De pompwissel kon echter pas plaatsvinden op vrijdag de 17e, de dag waarop er een Humasol-record (en Belgisch-Ghanees record?) sneuvelde: we plaatsten twee zonnepompen op één dag tijd!


 


 


Helaas was het in Kotokuom te donker (zie laatste foto) op het moment dat de installatie af was. Daarom moesten we wachten tot de volgende ochtend, wanneer we een bevrijdend telefoontje kregen uit Kotokuom dat alles werkte! Na zo’n stresserende week, vonden we dat we vakantie hadden verdiend – onze eerste vakantie in twee maanden tijd. We hebben nu echter geleerd dat op rondreizen in Ghana niet per se minder stresserend is dan werken: het werd een ongelooflijk avontuurlijke trip.

Bestemming: Mole National Park. Als alles vlot gaat is dat een reis van 10 uur vanuit Adjobue, maar wij hebben er 36 uur over gedaan (ook een Belgisch-Ghanees record?). Vanuit Kumasi, de belangrijkste stad in het Ghanese binnenland, namen we ’s avonds een nachtbus naar Tamale, de stad in de buurt van Mole, waar we dan in de ochtend zouden aankomen. De volgende ochtend werden we echter wakker in Bawku, ongeveer de meest afgelegen stad van Ghana, bij de grens met Burkina Faso en Togo, waar in de afgelopen 10 jaar waarschijnlijk nooit toeristen zijn geweest. De enige manier om van daar terug in Tamale te geraken, was door een trotro (minibus, de meest courante vorm van openbaar vervoer) te nemen. Ons reisgezelschap tijdens de 6 uur durende rit bestond uit 15 geiten. Bij 30 graden en na een nacht op een bus door te brengen, is geitenhaar en -pis het laatste wat je in je trotro wil hebben. Een dag later dan gepland kwamen dan toch aan in Larabanga, het dorp aan de ingang van Mole.

Gelukkig was het de hele reis waard. We waren nog geen half uur aan het wandelen in het park, toen we op een kudde van meer dan 10 olifanten stuitten. We konden hen een hele tijd volgen, en er was zelfs tijd voor een fotoshoot met de machtige beesten. Na een hele voormiddag wandelen en een boottochtje in de namiddag, zat onze dag Mole er op. De terugweg verliep iets vlotter: na 12 uur waren we terug in Adjobue.


 


Ondertussen hebben ze ook in Adjobue niet stilgezeten. De kraantjes werden afgewerkt en zo stroomde er op donderdag 23 augustus water uit de kraantjes (en uit enkele lekken, maar die zijn allemaal gedicht). Nsuo aba! (het water is er!)


 


Wat we de rest van onze tijd hier in Ghana gaan doen? Reizen! Morgenochtend vertrekken we voor een reis doorheen de verschillende delen van het zuiden van Ghana – het noorden hebben we nu toch al gezien. Maar we komen ook nog eens terug naar Adjobue, voor de officiële openingsceremonie. Hopelijk zien we dan nog steeds even veel blije gezichten.

Yekwaaba, waai! (we komen terug!)

Kwame, Yaw, Abena