Het was leuk geweest om deze blog de titel ‘En toen was er licht’ te kunnen geven, maar er doen zich natuurlijk weer (ondertussen niet meer zo onverwachte) complicaties voor. Lang verhaal kort: we hebben een component nodig die niet echt te vinden is. Het hele land doorkammen met de telefoon is de boodschap, maar toch kunnen we nog niet helemaal onze zin vinden. Gelukkig kunnen we het hoofd onmogelijk laten hangen nu onze zonnepanelen reeds liggen te wachten om zonnestraaltjes om te zetten in energie die de dorpelingen kunnen gebruiken om ’s avonds hun huisjes en koertjes te verlichten.

De eerste dagen van deze week gebruikte Fien nog om de ziektemicroben uit te zweten terwijl Timon zijn zweet in het dorp ging deposeren tijdens het installeren van lampen, schakelaars en alles wat er bij komt kijken. In het begin hand in hand met de elektricien, maar al gauw kroop het technisch werk ons ook in de vingers en begon alles lekker te rollen. Natuurlijk blijft het rollen op een Afrikaanse weg; af en toe een put waar je al westerling je ogen op uitkijkt. Zo nam de metser bijvoorbeeld de vrijheid om de dimensies van het eerder vernoemde cabinetje naar vrij believen aan te passen, dus onze eerder bestelde deur paste er niet meer in, bij de inclinatie van het dak ontbrak ook de helft van de graden, en dan mochten we er nog wat extra geld tegenaan smijten want er was een zak cement ‘verloren gegaan’. Ma bon. Vrijdag trokken we met de pick-up de stad in om onze grote componenten up te picken. Ook daar nog een paar putten op zowel de letterlijke als de figuurlijke weg, maar op een of andere manier loopt alles toch altijd goed af.

Een rode draad van onze reis is dat we geen moment onder ons project uit kunnen. De boerderij staat vol met zonneinstallaties maar dat is niet alles, onze lasser zit op een ochtend gewoon mee aan de ontbijttafel en de elektricien komt op het terras voor onze kamer zitten als ontspanning. Dit lijkt vanuit ons standpunt soms wat vreemd, maar in Benin is ‘vriendjespolitiek’ de regel. Dus iedereen die tot nu toe al een dienst voor ons gedaan heeft, kan op elk moment op de boerderij arriveren om ons al dan niet uit onze siesta te wekken voor een gezellige babbel.

Deze week plannen we (naast het vinden van de missende component) het overleg met het arrondissementshoofd en onze lokale partner om de te zien welk dorp hier in de buurt volgens hen in aanmerking komt voor een tweede installatie. Daarnaast ronden we in Dourbe af met sensibilisatie-sessie en starten we officieel met het in kaart brengen van de microfinancierings mogelijkheden. Microfinanciering betekent zoveel als ‘minderbedeelden’ die een kleine lening kunnen aangaan om een project op te starten. Dorpen die op eigen houtje geld kunnen lenen om PV aux villages op te starten is een ideaal, en als we ons eigen ervaringen tot nu toe recapituleren beseffen we dat er nog een lange weg te gaan is, maar alle stapjes tellen.

Extra weetjes (dit is blijkbaar een trend doorheen alle blogs):

  • Il n’y a pas de monaie

Op een of andere manier is er in Benin een groot tekort aan kleingeld. Overal waar we komen steeds hetzelfde probleem: ‘Il n’y a pas de monaie’. En in de plaats van dat de verkoper een oplossing probeert te zoeken kijkt hij je aan alsof het jouw probleem is en wacht tot je of gewoon al je geld geeft, of wisselgeld gaat zoeken bij vrienden (bij deze onze excuses aan Wout en Adriaan).

  • Il n’y a pas de problème

Lijkt het antwoord te zijn op het merendeel van de vragen die we stellen aan de broeders.

  • Il n’y a pas d’essence

Alle voertuigen in Benin rijden met zo goed als lege tanken. Als je benzine nodig hebt vind je die om de 100 meter langs de weg in verdachte glazen flessen. Bij het weinige aantal tankstations betaal je immers meer en krijg je vaak als antwoord: Il n’y a pas d’essence.

  • Il n’y a pas de crédit

Bijna elke beninees heeft twee of drie telefoons of in ieder geval 2 simkaarten voor de twee grote gsm-netwerken. Maar helaas is het krediet op hun telefoon nog minder toereikend dan het bereik van de gsm-netwerken. Dit leidt onmiddelijk tot de volgende:

  • Il n’y a pas de reseau

In het dorp waar we werken is er ongeveer één plaats waar je met een goede dosis geluk en 5 minuten geduld een sms kan sturen. Al een geluk dat we op de boerderij een redelijke verbinding hebben om deze blog online te plaatsen.

Verder nog enkele foto’s:

Foto’s nemen met zwarten, poging 3: een baby (die blijkbaar nog nooit een blanke heeft gezien en Timon als een spook beschouwt)

Tja, de lokale bevolking overtuigen van veiligheidsmaatregelen is een project op lange termijn. We doen ons best.

De kersverse deur. Vanonder werd losweg twintig centimeter afgedaan om de deur compatibel te maken met de dimensies van het huisje.

Deze jongen werkt sinds dag één trouw aan onze zijde, het duurde maar liefst drie dagen voor we doorhadden dat hij doofstom is!

Om het in lokale termen uit te drukken; deze cabine is ‘bien propre’. Alles is dik in orde en we hebben vertrouwen in de duurzaamheid van deze PV cabine.

Terwijl wij in het dorp Dourbe zonnepanelen installeren, werken de broeders op 100 meter van ons met hun ‘Tracteur Africain’: Twee stieren met een werktuig aan. Maar ze hebben ook wel een echte tractor ergens.

Ene gaan drinken met de perfecte elektricien. Terwijl chauffeur Fien een voor een serieuze sprite kiest, gaat Timon voor drie Béninoises (lokale biertjes), en dit op een lege maag bij 35 graden om 15u. Op ne vrijdagnamiddag kan dat al ne keer hé.

fienwerkteindelijkookeens

De foto speciaal voor papa Koen. Hopelijk is bij deze de wens gedeeltelijk vervuld dat natuurkundige Fien ook het praktische werk in handen neemt. PS: Bedankt voor het rijbewijs.