Zondag 2 juli

Aankomen in Afrika is een heel avontuur. Bij het landen in het zuiden van Benin deden we onze nieuwe Humasoltrui aan als een mooi gebaar. Zodra we het vliegtuig verlaten hadden kwamen we tot inkeer en deden we de trui onmiddellijk weer uit. Het was zo warm en vochtig dat onze douche thuis er niet mee te vergelijken is. Gelukkig stond iemand ons op te wachten om ons door het hectische avondverkeer te loodsen naar een verblijf mét airco. Op de weg bestaan er trouwens geen regels, maar je kan er wel alles kopen wat je je kan inbeelden. Voor de zon het begin van de volgende dag inluidde, probeerden we een bus te nemen om de lange reis naar het noorden (Parakou) te beginnen. Een hele klus zo bleek, maar twee uur later waren we dan toch vertrokken. Het leek alsof heel Benin langs de kant van de enige geasfalteerde weg leeft en vrouwen volledige winkels op hun hoofd kunnen dragen. We keken onze ogen uit en hoopten dat de buschauffeur zijn ogen ook gebruikte om de putten in te weg te ontwijken. Toeteren deed hij alleszins meer dan genoeg.

We wisten niet helemaal wat bij we aankomst in Parakou gingen aanvangen. Je kan geloven dat de minstens 30 zimm-bestuurders (motor taxi’s) die ons aanklampten ons even wat veel werden. Gelukkig stond onze gastheer ons daar al op te wachten. De drie uur die hij had moeten wachten nam hij erbij. Vijf kilometer putten later kwamen we in een oase van rust, genaamd Ferme de Sokounon, onze verblijfplaats.

De broeders die in dit paradijs leven zijn vriendelijker dan je kan inbeelden en nu weten we ook hoe een banenboom er in het echt uitziet. We komen wat tot rust om alle indrukken te verwerken, voor we aan de slag gaan met ons PV awareness project. Na het schrijven van deze blog is het tijd voor de siësta, we lopen immers al een uur achter op de broeders!

Hier zijn nog enkele foto’s.

De toegangspoort van de Ferme de Sokounon

Fien en Jean Pascale

Hier zijn onze slaapkamers

Timon en Herman, de grootste grapjas van de boerderij

Motortaxi’s zijn altijd en overal te vinden. We rijden vaak met drie op een brommer, maar we zien ze zelfs rijden met vijf of zes personen, of met een halve vrachtwagen als lading.