Kuimba la belle, Vaku la rose. Het zijn bij de zusters gangbare bijnamen voor deze twee oude, afgelegen missieposten. Vaku hadden we een aantal weken terug al bezocht, nu was het de beurt aan Kuimba.

De tocht naar het moeilijk bereikbare Kuimba kan gerust als een avontuur omschreven worden. De weg bracht ons over gammele bruggetjes, talloze putten, en werd regelmatig onderbroken door koeien of omgevallen bomen op de weg. Gelukkig hadden we een machete en een bijl mee om de weg mee vrij te maken.

Kuimba zelf is piepklein, en bestaat voornamelijk uit de couvent van de zusters en de gebouwen van de parochie, met een oude bakstenen kerk uit de koloniale tijd. Er is geen elektriciteit, en zo goed als geen gsm-ontvangst. Ondanks dit alles is de sfeer bij de zusters van Kuimba opperbest. Avondeten gebeurt er in de living, en als de generator draait, wordt er gekeken naar populaire Congolese soaps. Vanuit filmtechnisch standpunt misschien niet zo fantastisch, maar qua dramatiek moeten ze hier toch niet onder doen voor pakweg ‘Thuis’. Ze zijn niet te onderschatten, die Congolezen.

Tijdens ons verblijf in Kuimba hebben we, op vraag van onze partner Kalasi en hun vrienden van PVDD, een bezoekje gebracht aan het ziekenhuis(je) van Tsanga Nord, een nabijgelegen dorp. PVDD had daar een zonnepaneleninstallatie geïnstalleerd, en had ons nu gevraagd om eens te kijken of de elektrische installatie in orde was.

Net als veel ziekenhuizen hier was het ziekenhuis dat wij bezochten nogal klein en basic. Vaak moet er een generator opgestart worden om bepaalde cruciale apparatuur (bv. sterilisatie) te laten draaien. Het is dus altijd een beetje behelpen. Verpleegsters (net als leerkrachten, overigens) krijgen hier hun staatsloon vaak niet uitbetaald, en moeten het redden met het geld dat ze krijgen van hun pati├źnten, die zelf vaak ook hun medische kosten niet (volledig) kunnen betalen. Dikwijls moet men terugvallen op de familie om de eindjes aan elkaar te knopen. En hier in Bas-Congo hebben de mensen het nog goed vergeleken met elders in het land. Congo is dan ook niet de ideale vakantiebestemming: het is niet voor niets dat er zo weinig toeristen rondlopen.

Maar de toerist uithangen, dat is precies wat we op onze derde en laatste dag in Kuimba deden om een waterval midden in het woud te gaan bekijken. De weg ernaartoe was minstens even spectaculair als de waterval zelf. Eerst een kwartier met de motor tot aan het laatste dorp, dan een dik uur te voet over een smal pad door de jungle, en dan nog een eindje met de prauw (een typische Congolese kano die gemaakt is van een uitgeholde boomstam).
In het laatste dorp voor de echte jungle zijn blanken zo zeldzaam, dat bij onze aankomst letterlijk het hele dorp ons kwam bezichtigen. We waanden ons echte ontdekkingsreizigers, ondanks het feit dat er nog geen twintig jaar geleden een begaanbare autoweg dwars door de jungle liep. Nu was daar niets meer van te merken: de autoweg was een smal bospad geworden, de brug over de rivier was ingestort en lag nu in de rivier, een vage herinnering aan lang vervlogen, betere tijden.

Wij zullen ons de uitstap in elk geval nog lang herinneren. Toen we de volgende dag, met nog 8 andere passagiers (naast ons twee en de chauffeur, en een schaap en twee kippen op het dak), in de jeep van dokter Courtejoie kropen om terug te keren naar de bewoonde wereld, konden we terugblikken op een geslaagd avontuur in le vrai Congo. Kuimba was haar bijnaam meer dan waard geweest.