Kinshasa is een drukke stad. Een mierennest is misschien een betere uitdrukking. Overal zijn er mensen: op de markt, langs de straat, tussen de auto’s, en ook als haringen in een ton in (of op) oude Europese busjes.
Het verkeer is hier dan ook iets heel apart. Voor de niet-ingewijde buitenstaander komt de Congolese rijstijl heel agressief over. Ondanks de vele drukke kruispunten zijn er amper verkeerslichten. Verkeersregels zijn hier eerder een suggestie dan een wet. Van de voorrang van rechts hebben de Congolezen nog nooit gehoord. Ook de vele putten in de wegen (zelfs in het centrum waar wij verblijven) zorgen voor een verhoogd avonturengehalte. Na een paar dagen begin je echter te merken dat er toch een systeem in het verkeer zit: iedereen doet zijn eigen zin, en wonderbaarlijk genoeg blijkt dat (min of meer) te werken. Eens je het verkeer hier gewoon bent, valt het wel mee.

Uiteraard zijn er ook positieve dingen te zeggen over de Congolese hoofdstad. Een bezoek aan de kunstmarkt is ideaal om te leren afdingen. Hier verkopen ze zo’n beetje alles wat onder de noemer Afrikaanse kunst thuishoort: schilderijen, amuletten, namaakivoor, houten maskers en standbeelden in talloze vormen en maten, en nog veel meer… Als je een beetje moeite doet, lukt het om stukken te kopen aan een tiende van de oorspronkelijke vraagprijs. Soms is het zelfs ronduit plezant: Fred en Tuur ontpopten zich algauw tot echte natuurtalenten en dongen af waar ze maar konden om de laagste prijs te krijgen.

Wat te doen als je in Kinshasa plots een paar dagen op overschot hebt? Naar de Bonobo’s gaan kijken! Iedereen is het er zo’n beetje over eens dat als je de bonobo’s niet gezien hebt, je Kinshasa niet gezien hebt. Lola ya bonobo, letterlijk vertaald “Paradijs van de bonobo’s”doet zijn naam alle eer aan. Gelegen aan een rustig kabbelde rivier, inclusief strand (waar we dit keer niet zijn gaan zwemmen), is het een haast onaangetast stuk natuur vlak buiten de grootstad. “Vlak buiten” is eigenlijk een relatief begrip, aangezien het toch zo’n twee uur rijden is van het centrum waar wij zitten: op de betere wegen sta je meestal in de file, het laatste stuk is een zandweg tussen piepkleine Afrikaanse dorpjes, die je niet kan afleggen met een gewone stadsauto. In ruil voor de vermoeiende rit krijg je wel het echte Afrika te zien: mensen die zichzelf en hun kleren in de rivier wassen, mensen die klei uit de rivier halen om stenen mee te bakken voor hun huizen, en dat tegen een achtergrond van quasi ongerepte jungle. Het contrast met de drukte van Kinshasa kan moeilijk groter zijn.
Lola ya bonobo is een internationaal gerenommeerd opvangcentrum voor bonobo’s. Het is het enige centrum ter wereld dat gespecialiseerd is in de opvang van deze bedreigde diersoort. De bonobo is de apensoort die het dichtst bij de mens staat, en werd pas in de jaren 1920 voor het eerst beschreven. De bonobo is nauw verwant aan de chimpansee, maar komt enkel in het tropisch regenwoud ten zuiden van de Congostroom voor. Lola ya bonobo adopteert jonge aapjes die gevangen werden om op de zwarte markt te verkopen, en helpen hen terug te wennen aan een leven de vrije natuur. In het park zijn er behalve kleine bonobo’s, ook drie groepen volwassen apen, die elk gescheiden van elkaar in een afgeschermd stuk bos leven.
Bonobo’s zijn zeer intelligente wezens: ze gebruiken stenen als werktuigen en kennen complexe sociale structuren (waar de vrouw de baas is). In eerste instantie komen ze ge├»nteresseerd naar de mensen kijken, maar zodra je hen niet meer aanstaat, beginnen ze met zand te gooien. Tuur kan ervan meespreken.
Ondanks de internationale faam en de relatief lage toegangsprijs ($ 10) is het helemaal geen druk park: zelfs op een zaterdagmiddag is het aantal bezoekers beperkt, en kan je het aantal buitenlanders op je vingers tellen. Toch een beetje onterecht, al is Kinshasa natuurlijk geen toeristische stad. Maar als je ooit tijd te veel hebt in de Congolese hoofdstad, dan weer je bjj deze wel wat te doen.
Morgenvroeg is het eindelijk zover: dan vertrekken we naar Kidima-Lemba, de projectlocatie 40 km ten noorden van de oude koloniale havenstad Boma. Vandaag zijn we voor de laatste keer met Papa Marcel gaan shoppen voor gereedschappen (en veel choco), en hebben we de rest van de dag onze valiezen gepakt. De blog aanvullen was mijn laatste wapenfeit. Vanavond gaan we vroeg slapen, want morgen moeten we er om 5u uit. In Kidima zal de toegang tot het internet minder evident zijn, dus het kan even duren vooraleer we weer van ons laten horen. Hopelijk vinden we in de komende twee weken nog ergens een degelijke internetverbinding om onze avonturen in het hart van Afrika met jullie te delen. Wij zijn er alvast klaar voor. Slaapwel!